Ouderavond

Wat gaan we doen?

Op de ouderavond laat je drie van je eigen uitwerkingen zien en vertel je er kort iets over.

  • De klas wordt verdeeld in twee groepen van 7 studenten, met hun ouders erbij.
  • Per product laten drie studenten hun uitwerking zien: drie marketingplannen, drie logo’s, drie MEFI’s, enzovoort.
  • Dat zijn 7 producten × 3 = 21 beurten per groep, verdeeld over 7 studenten. Iedere student heeft dus 3 beurten, steeds bij een ander product.
  • Jullie verdelen zelf wie wat laat zien. De enige regel: ieder doet er precies drie.
  • Elke beurt duurt ongeveer 30 tot 45 seconden.
  • Na elk product kan een docent een vraag stellen aan een van de drie.
  • Het achtste product, de HIFI, laten we aan het eind in één keer zien. Een student scrolt door een pdf met alle eindontwerpen onder elkaar en benoemt van elke ontwerp van wie het is. Zo ziet iedereen ieders eindontwerp. Jij hoeft hiervoor alleen je HIFI op tijd in te leveren.

Je ouders weten nog niet wat je de afgelopen weken hebt gedaan. Jij bent dus de expert. Leg het uit alsof ze het voor het eerst horen.

Wie laat wat zien?

We gaan in de volgorde van het ontwerpproces, van idee naar website. Per product komen drie studenten na elkaar aan de beurt.

Zo maken jullie de verdeling:

  1. Ieder kiest drie producten. Kies bij voorkeur uitwerkingen waar je trots op bent of waar je iets over te vertellen hebt.
  2. Zet je naam in de tabel bij die drie producten, in de kolom van je groep.
  3. Check samen: staan er bij elk product precies drie namen, en staat iedere naam precies drie keer in de kolom?

Eerste van de drie? Leg dan eerst in één zin uit wat het product is (zie de begrippen hieronder). De tweede en derde slaan dat over en beginnen meteen bij hun eigen keuzes.

Begrippen

Begrip

Zo leg je het uit

Marketingplan

Een plan waarin staat voor wie je iets maakt en hoe je mensen overtuigt om te boeken.

USP

Wat jouw bestemming beter of anders maakt dan andere bestemmingen.

Mindmap

Een woordweb: je zet je bestemming in het midden en schrijft er alle ideeën omheen.

LOFI (low fidelity)

Een snelle potloodschets van de website, nog zonder kleur of details.

Styletile

Een soort moodboard voor een website, met de kleuren, letters en beelden die je gaat gebruiken.

MEFI (medium fidelity)

Een wireframe: een nette bouwtekening van de pagina in Figma, met vlakken voor tekst, knoppen en foto’s.

Figma

Een programma waarin je websites en apps ontwerpt.

Hero image

Het grote, opvallende beeld bovenaan de website.

HIFI (high fidelity)

Het eindontwerp: de website zoals die er echt uit moet komen te zien.

Je slides

Alle uitwerkingen komen in één gezamenlijke presentatie per groep. Zo hoeft niemand tijdens de avond van laptop te wisselen.

  • Maak voor elke beurt één slide. Je hebt er dus drie.
  • Op elke slide staat je naam, je bestemming en het product, bijvoorbeeld “Logo – Chamonix – Sam”.
  • Zet je uitwerking groot in beeld en gebruik zo min mogelijk tekst. Het verhaal vertel jij.
  • Zet je slides op de juiste plek: eerst de drie marketingplannen, dan de drie mindmaps, enzovoort, in de volgorde van de tabel.
  • Pas geen slides van anderen aan.
  • Zorg dat je slides er vóór de deadline van je docent in staan.

Zo bouw je een beurt op

Een beurt van 30 tot 45 seconden is ongeveer 70 tot 100 woorden. Gebruik deze vier stappen.

  1. Wie ben je? (5 seconden) Je naam en je bestemming.
  2. Wat is dit product? (10 seconden) Alleen als je de eerste van de drie bent: leg in gewone woorden uit wat het is.
  3. Laat je werk zien (20 seconden) Wijs aan wat je bedoelt. Vertel één of twee keuzes die je hebt gemaakt, en waarom.
  4. Afsluiten (5 seconden) Wat je hebt geleerd of waar je trots op bent.

Voorbeeld (eerste van drie bij de styletile):

“Ik ben Sam en mijn bestemming is Chamonix in de Franse Alpen. Een styletile is een soort moodboard voor een website: hierin bepaal je welke kleuren, letters en beelden je gebruikt. Ik koos ijsblauw en wit, omdat dat past bij sneeuw en frisse berglucht. Mijn doelgroep is jong en sportief, daarom koos ik een strak, modern font. Ik heb geleerd dat je veel sneller ontwerpt als je je stijl vooraf kiest.”

Gebruik dit voorbeeld als richtlijn, niet om over te nemen. Vertel over je eigen bestemming en je eigen keuzes.

Tips voor presenteren

  • Oefen met een timer. Zeg je tekst hardop en stop bij 45 seconden. Ben je later klaar? Schrap dan iets.
  • Niet voorlezen. Neem een spiekbriefje mee met hooguit drie steekwoorden.
  • Kijk naar het publiek, niet naar het scherm achter je. Kijk alleen even om als je iets aanwijst.
  • Wijs aan waar je het over hebt. Zeg niet “dit hier”, maar “deze blauwe knop bovenaan”.
  • Praat iets langzamer en luider dan normaal. Zenuwen maken je sneller.
  • Vertel waarom, niet alleen wat. “Ik koos groen omdat het aan natuur doet denken” is sterker dan “ik koos groen”.
  • Zeg geen sorry voor je werk. Ook als het niet af of perfect is: vertel wat je hebt gedaan en wat je ervan leerde.
  • Geef het woord door. Kijk even naar de volgende als je klaar bent. Weet wie na jou komt, zodat er geen stiltes vallen.

Checklist voorbereiding

  • Ik weet in welke groep ik zit en welke drie producten ik laat zien.
  • Mijn naam staat precies drie keer in de tabel.
  • Ik heb mijn drie uitwerkingen klaar als afbeelding of pdf.
  • Ik heb mijn bestanden op tijd ingeleverd bij de docent.
  • Ik heb mijn HIFI-ontwerp ingeleverd voor de gezamenlijke pdf.
  • Ik weet bij welke producten ik de eerste ben en dus het product moet uitleggen.
  • Ik heb elke beurt minstens drie keer hardop geoefend met een timer.
  • Ik weet wie er voor en na mij komt.